Eerst maar even een korte geschiedenis. Ik ben begin 2008 begonnen met de eerste doeken. Nadat in 2006 ons dochtertje Lente werd geboren kwam ik door de grote veranderingen in mijn dagelijks leven moeizaam tot schilderen. De intensiteit van de dagelijkse verzorging, in de eerste weken natuurlijk samen met mijn vriendin, had ik niet voorzien. Bovendien hadden wij een labradorpup gekocht die ook zo dag en nacht haar natuurlijke kuren vertoonde. Voor het eerst in mijn leven kon ik mijn dagen niet indelen op de wijze die ik tot dan toe gewend was, namelijk in volledige vrijheid. Ik werd geconfronteerd met een materieel menselijke kant van het bestaan die ik nog nooit had ervaren. De verantwoordelijkheid en de fascinatie voor een nieuw menselijk leven namen mij volledig in beslag. In het eerste jaar ben ik dan ook in een fysieke en mentale achtbaan beland. Een ernstige longontsteking, gemengde gevoelens over ouderschap (zowel het onze als dat van onze ouders) en die onverwoordbare vreugde over het kleine mensje dat leert, groeit, lacht, poept, huilt, kortom leeft! De combinatie van alle ervaringen leidden mij uiteindelijk naar mijn wens om mijn nieuw ervaren 'bestaansintensiteit' te verbeelden in schilderijen. Tot mijn spijt toon ik hierboven eerst het beeld uit Irak dat mij, in mijn redelijk nieuwe rol als vader, het meest heeft aangegrepen de voorbije jaren. Het is het soort beeld waarvan je weg wilt kijken, alsof de vastgelegde gebeurtenis niet werkelijk heeft plaats gevonden. Het schilderen van beelden met een dergelijke impact (negatief en positief) lijkt mijn streven te worden. Ik kende de foto al maar de confrontatie met dit beeld, nu ik zelf vader ben geworden, grijpt mij meer aan dan voorheen. Ik ken nu de zorg en aandacht, de bescherming van en voor een kind. Natuurlijk is mijn materiële situatie op geen enkele wijze vergelijkbaar met de gruwelijke omstandigheden waarin dit kind en zijn vader zich bevinden. De angst van het jongetje dat zich wanhopig koestert aan de borst en hartslag van de vader. De absolute horror van de kap over het hoofd. De schoentjes. De hand op het voorhoofd. Het is allemaal even aangrijpend. De fotograaf noemt het medeleven van de soldaat 'hartverwarmend'. En ja, zeker binnen de gegeven omstandigheden is dit wellicht zo te noemen maar dezelfde soldaat is een werktuig van een gruwelijk politiek/militair beleid waarvoor hij mede verantwoordelijk is, als uiteindelijke uitvoerder misschien nog wel hoofdverantwoordelijk. Ieder mens heeft in mijn huidige beleving principieel de vrije keuze om daden te verrichten of om ze na te laten, geacht de omstandigheden en gevolgen. Ik wil niet te veel naar de politieke interpretatie uitwijken. Mij gaat het om de beleving van individuen en de verbeelding van de intensiteit van hun bestaansbeleving. In hun schedel, in hun dromen, in hun buik. Op hun huid. Goed. De eeuwige vraag. Hoe is het mogelijk dat je een ander mens een dergelijke wreedheid laat ondergaan? Zelfs mensen die zelf ouders zijn geworden voeren dergelijke gruweldaden (en erger) uit. Op kinderen en andere ouders (zie bijvoorbeeld de bestiale gruwelijkheden van de getraumatiseerde Israelische machthebbers in 2009 met hun fosforbombardementen op de Palestijnse gebieden). Horror met horror vergelden, het zal je tijdelijke menselijke bestaan maar bepalen... Waarschijnlijk ontkomen wij tot op zekere hoogte of diepte, geen van allen aan uitvoering van wraak, emotionele vergelding of wrokkoestering. In de meeste gevallen worden deze gruwelijkheden begaan om een persoonlijk, religieus of politiek hoger doel te dienen of te beschermen. Een beetje ellende veroorzaken om grotere ellende te voorkomen. Ik ervaar de dagelijkse beleving van het menselijk, ademend bestaan als volkomen onderontwikkeld en primitief. Gelukkig is er een mogelijkheid tot verlichting en zelfs een vorm van mentale ontsnapping en geestelijke extase -misschien wel van absoluut geluk. En wel via een proces van totale openstelling voor nieuwe bestaans/bewustzijnsbelevingen. Maar zonder een totale overgave en bereidheid tot confrontatie met de eigen, vertrouwde gedachtenstructuur en een dosis moed zal je niet heel ver komen. Er is voor mij geen enkele verplichting hiertoe. Binnen de grenzen van dit bestaan is het al lastig genoeg om enigzins in balans en groei te blijven. Het gevoel van veiligheid, materieel en geestelijk, is een nastrevenswaardige staat van leven. Ik ben mij bewust van de subjectieve beleving van de individuele werkelijkheid en zal voor welk ander ademend wezen dan ook niet durven te beweren een beter alternatief te hebben. Wel zal ik zoveel mogelijk mijn beleving trachten te verbeelden en te verwoorden.
Zie hierboven voorbeelden van krachten en machten die invloed op mij hebben tijdens het schilderen, en natuurlijk - belangrijker - in mijn dagelijks leven. Zonder het aanschouwen en de inspanning om te voelen hoe het is om in andermans huid en schedel te bestaan kan ik niet schilderen, communiceren, leven. Links Irak 2003. Rechts Lisse, zomer 2010. Eerst Irak. De fotograaf vertelt: Toen we in de woestijn campeerden, hoorde ik van een brigade die een groep gevangenen voor ondervraging moesten vervoeren van een kamp naar een ander kamp. Ik werd naar hun plaats van gevangenschap gereden. Er waren zo'n 30 gevangenen, plus een klein jongetje, opvallend genoeg. De eenheid die de groep moest transporteren was niet de eenheid die ze gevangen had genomen, dus de soldaten wisten niet of de gevangenen strijders waren. De soldaten brachten de gevangenen van een vrachtauto naar een met prikkeldraad afgesloten stuk grond en plaatsen op bevel hoofdkappen op de gevangenen en deden ze handboeien om. Zo ook met de vader van het jongetje.  Het kind was doodsbang en begon te schreeuwen van angst. Een van de Amerikaanse soldaten sneed vervolgens de vader zijn handboeien door zodat hij zijn zoon kon omarmen en kalmeren. Ik kon de man, die zelf zeer bang was, woorden in het Arabisch horen murmelen tegen zijn zoon. Het medeleven van de soldaat en de liefde van de vader waren hartverwarmend. Het leger wilde mij niet de namen van de gevangenen geven en ik weet niet wat er later met hen gebeurd is vanwege een rit die ik uit het gebied moest nemen. Ik heb het nog geprobeerd om uit te vinden maar met de troepen verspreid over de woestijn en in beweging, en de slechte communicatiemiddelen, is mij dit niet gelukt. - Hoe heb jij persoonlijk de situatie met de gevangen genomen Irakees die zijn vierjarig zoontje probeert te beschermen ervaren? - Ik kon niet anders dan mij verbeelden dat mijn eigen kleine dochtertje van vier jaar en dezelfde grootte, Lauren, zich in deze situatie zou bevinden. Ik heb daar zeer veel aan moeten denken voor, tijdens en nadat ik de foto heb gemaakt. Het beeld toont geen geweren, geen soldaten, geen bloed, maar voor mij toont het de waarheid van oorlog -  dat het niet alleen de soldaten die hem uitvechten en de politici die hem bevelen beinvloedt. - Waarom was het kind in dit transitkamp voor oorlogsgevangenen? - Het jongetje was bij zijn vader op het moment dat deze gevangen werd genomen en ze wilden het kind niet alleen in de woestijn achter laten. Jean-Marc Bouju, Winnaar World Press Photo of the Year 2003
A C T U E E L         I D E E E N         S C H I L D E R S         M U Z I E K         F U N Dan het beeld van ons dochtertje Lente. Ze rent op een warme zomermiddag in 2010 door een appel- en perengaard. Ze draagt een roze ‘prinsessen’ jurk. Haar blonde krullen wuiven in het tegenlicht van de laagstaande zon. We zullen later op de avond genieten van een uitgebreid huwelijksdiner in de prachtige tuin, omgeven door oude bomen. Wijn zal vloeien, we zullen dansen en lachen. Ik besluit niet veel later om een aantal schilderijen over ongeconditioneerde blijheid en geluk te maken. Onderwerpen die in de kunst niet buitengewoon populair zijn. Engagement dient vooral over zwaardere zaken te gaan. Het liefst zaken die wij niet begrijpen. Waartegen wij strijden, waaronder wij lijden. Mooi verbeeld misschien (vaak niet) maar het liefst scherp, een tikkeltje verontrustend, provocerend? Zo is het mij telkenmale onderricht op de kunstacademie indertijd. En inderdaad, ook ik ben geneigd om een zeker element van ‘uitlokking’ in mijn beeldkeuze te leggen. Alleen, nu met geluk. Dat kan evenzeer provoceren. Zoals vrijheid bedreigend kan zijn. Andermans plezier irriteert zelfs menigeen. Achtergronden, overwegingen. Pogingen om mijn ideeën en schilderijen te verklaren. H O M E        O V E R        S C H I L D E R I J E N       O P D R A C H T E N        B L O G        C O N T A C T   H O M E        O V E R        S C H I L D E R I J E N       O P D R A C H T E N        B L O G        C O N T A C T   No, this is not about a sea of ice. This painting penetrates seas, the seas of our history, the seas of our conciousness, the ones which perish without us. She seems quiet, did she die quietly? No, she is alive. For me. She lives her death. She is my life. Through her, my life begins. And apparently never ends. Had I stayed, deep, deep in the seas with her, we would never have been frozen, never have died. Not without the seas. The ice. Me. She is looking at me. Yes, she does. She looks at my life, she knows all about my death. She is almost here but maybe not all of her. I will talk to her. 'Wait! Stay there, keep floating. Quiet. Please be quiet. And look. Here! Are you still here? Do you still see me? Let us go back. No, beings like us continue and never return. Feel now. Feel the seas. Come, later I will not dare anymore. I still recognize you. And you, you can love me here. Come, I will go. Let us go together, come. I am already getting cold. It starts. Soon I will begin. Again. Do not stay. No, DO stay! Stay with me. Even now. I am cold. Do you feel? And you? No, you are not cold. But you are getting closer and closer. I will wait. Yes, trust me. I will. Love, please come. I can see them, the seas. Will they be cold? Quick, tell me what you remember. You still feel them. You must. Come on, get out! No, wait. Stay a little longer. Be still, all is well. Be still. You have time. I will stay. You see? I. Stay. Cold. Come.' REFLECTION. 100 : 100 cm. Mixed media on canvas.